
Zorg > Ondernemen in de zorg
Een interview met Marien Breedijk over ondernemen in de zorg en zijn betrokkenheid bij de nieuwbouw van het Deventer Ziekenhuis.
Een ziekenhuis bouwen is iets bijzonders
Zorginstellingen zijn unieke instellingen. Maar sinds de introductie van de marktwerking in de zorg zijn het ook ‘gewoon’ commerciële ondernemingen. Die zich steeds meer moeten onderscheiden, beter moeten presteren en efficiënter moeten werken. Marien Breedijk over de opkomst van de ondernemende zorginstelling.
‘Een ziekenhuis bouwen en inrichten is iets bijzonders. Dat geldt voor bestuurders, directie en management net zo goed als voor het medisch personeel. Externe expertise is daarom noodzakelijk, zeker nu de zorg commerciëler is geworden en je als zorginstelling op minder vierkante meters een betere prestatie moet leveren. Dat stelt zowel aan de nieuwbouw en de inrichting als aan de manier van werken hoge eisen.’
De ontwikkelingen in de zorg, zo zag Marien Breedijk de afgelopen decennia, gaan snel. De veranderingen door invoering van marktwerking zijn ingrijpend. ‘Het deksel is van de pan,’ aldus Breedijk, ‘en ik hoop dat de politiek dat ook in de toekomst zo zal laten. Ik zie dat marktwerking, hoe complex ook, positieve effecten heeft op de zorg. De tijd van de anonieme ziekenhuizen met deprimerende lange wachtlijsten, waar je als patiënt afhankelijk van bent, gaat voorbij. Patiënten zijn cliënten geworden die meer en meer zelf kunnen bepalen waar ze zich laten behandelen. Zijn verzekeraar gaat daar ook een actieve rol in spelen. De cliënt kiest voor de beste aanbieder, waar de beste zorg snel wordt geleverd, maar waar je ook gemakkelijk kunt parkeren, waar je in een fijne omgeving komt en door aardige mensen wordt behandeld. Zolang het sociaal-maatschappelijk fundament onder de zorg behouden blijft en de markt echt transparant wordt, zie ik de zorg en de service er alleen maar op vooruitgaan.’
Een essentieel verschil voor de zorginstellingen is dat sinds enkele jaren de huisvestingslasten voor eigen risico zijn en medebepalend zijn voor winst of verlies van het ziekenhuis. Na het vervallen van de overheidsgarantie staan de banken, in tegenstelling tot vroeger, niet meer in de rij om nieuwbouwprojecten te financieren. ‘Je zult als ziekenhuis met een goed businessplan moeten komen, anders zijn banken gewoon niet geïnteresseerd. Er moet winst gemaakt worden. En die winst is mede gerelateerd aan de visie die je hebt als instelling, de manier waarop je je organisatie voor elkaar hebt, hoe goed je puur medisch presteert én hoe efficiënt je omgaat met je gebouw. En een ziekenhuis is geen grachtenpand dat in 20 jaar waarschijnlijk meer waard wordt, integendeel.’
Gedurende negen jaar was Marien Breedijk betrokken bij de nieuwbouw van het Deventer Ziekenhuis, één van de pilotprojecten van het Ministerie van VWS waar met participatie van Gispen nieuwe werk- en zorgconcepten werden geïntroduceerd. Een nieuwe manier van werken, flexibele werkplekken, een aantrekkelijk vormgegeven frontoffice (patiëntengebied) én backoffice, in een omgeving die nu een healing environment zou worden genoemd.
‘De belangrijkste conclusie,’ aldus Breedijk, ‘is dat de pilotprojecten in Deventer en Sittard aantonen dat het werkt. Maar zoiets gaat niet van de ene dag op de andere. De keuze voor flexibele werkplekken, waaronder ook de spreek- en onderzoekkamers, stuitte intern op behoorlijk wat verzet. Ook de privacy speelt een rol, het ‘afscheid’ van je eigen kamer, wat je gewend bent te doen. Kortom; de introductie van een andere manier van werken vraagt om een cultuuromslag. En dus begeleiding. Nu zie je dat nieuwe kantoorconcepten in veel ziekenhuizen worden geïntroduceerd en dat is een goede zaak. Over de hele linie is er sprake van meerwaarde. Er is meer kwaliteit, meer variatie in de werkplekken, meer flexibiliteit zodat efficiënter met ruimte kan worden omgegaan, meer mogelijkheden voor overleg en samenwerking. Een belangrijke vooruitgang, voor zowel de (medische) staf als voor de patiënten.’
Breedijk verwacht dat de concurrentie in de zorg zich eerst op regionaal niveau verder zal ontwikkelen, gaandeweg mogelijk ook landelijk door verdergaande specialisering, waarbij zorginstellingen er voor kiezen niet alle behandelingen meer aan te bieden. ‘Ik vind dat de politiek en daarmee de overheid de zorginstellingen wel voldoende ruimte moet bieden op hun weg naar volledige zelfstandigheid. De markt is hard, het eigen vermogen van de instellingen moet op peil zijn en met het juiste toezicht is de zorgsector in staat verder te professionaliseren. Vanzelf gaat dat zeker niet, er valt nog veel te verbeteren. Maar een voordeel is dat de zorgvraag onuitputtelijk is.’
>>>
Marien Breedijk heeft een lange staat van dienst in de zorgsector, in het bijzonder in het aansturen en leiden van nieuwbouwprojecten. Hij begon zijn carrière als medisch elektronicus bij het UMCU, was begin jaren negentig betrokken bij de nieuwbouw van het LUMC, waarna hij als projectmanager nieuwbouw verantwoordelijk was voor de bouw, inrichting en ingebruikname van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht.
De afgelopen negen jaar leidde hij de nieuwbouw van het Deventer Ziekenhuis. Sinds 2009 is Marien Breedijk zelfstandig ondernemer en projectadviseur.
>>>
Deventer Ziekenhuis: innovatief pilotproject
Gispen was langdurig betrokken bij de nieuwbouw en inrichting van het Deventer Ziekenhuis, één van de innovatieve pilotprojecten in de zorg. Het Deventer Ziekenhuis werd ontworpen en gerealiseerd volgens de principes van duurzaam bouwen. De zorg (en service) en de inrichting van de nieuwbouw is in Deventer maximaal gericht op de patiënt ofwel cliënt. Voor het medisch en administratief personeel werden nieuwe werkconcepten ingevoerd, zoals flexibel werken. Artsen delen een gemeenschappelijke ruimte, in speciale overdrachtsruimten komt het medisch personeel samen voor informatie-uitwisseling over patiënten. De administratief werknemers kiezen de werkplek of werkomgeving die het beste bij de activiteit past. In de open ruimten staan banken, fauteuils, coupés en poefjes voor een persoonlijk gesprek of afdelingsoverleg.
In het hele gebouw is het principe van wat inmiddels een healing environment wordt genoemd op grote schaal toegepast: een meer kleurrijke, huiselijke en lichte inrichting, vanuit de opvatting dat een omgeving waar je je thuis voelt een positief effect heeft op welbevinden en herstel van de patiënten. Als interieurthema werd gekozen voor natuur en het omliggende landschap. Bloemenprints op de wanden, potten groen in gangen, boomhutten in wachtruimten, houten vlonders op het dakterras en picknicktafels in de overlegruimten.
Bekijk meer foto's van het Deventer Ziekenhuis.











